Marcel Beyer

Duitsland

(Tailfingen,1965) debuteerde in 1991 met de roman Das Menschenfleisch. Vier jaar later verscheen de roman Flughunde, die nationaal en internationaal een groot succes werd (in 1997 verscheen het boek in Nederlandse vertaling onder de titel Vliegende honden). In 1997 werd zijn eerste dichtbundel gepubliceerd: Falsches Futter, waaruit acht van de tien voor het festival vertaalde gedichten afkomstig zijn.

Beyers poëzie is een zoektocht naar sporen en stemmen in een heden dat vergeven is van verleden. Grote historische en kleine biografische feiten duiken telkens weer op en kleuren of ontsieren de huidige werkelijkheid of alsnog het verleden. Als oorgetuige tast de ik zich een weg door de tijd. Niet zelden lijkt hij eerder te observeren dan deel te nemen. De waarnemingen zijn gedetailleerd en scherp, en het ritme en de klank van de gedichten passen zich aan de veelvoudig- en veelvormigheid van het beschrevene aan. Van de weeromstuit ontstaat een raadselachtige, maar fascinerende realiteit, waarin ook de lezer zich een weg moet zoeken. Met Durs Grünbein en Thomas Kling hoort Marcel Beyer tot de veelbelovendste dichters in de Duitse literatuur.

Wil Hansen

Publicaties (o.a.): Kleine Zahnpasta (1989); Walkmännin (1991); Das Menschenfleisch (roman, 1991);

Brauwolke. Poems (1994); HNO-Theater/Im Unterhemd (1995); Flughunde (roman, 1995); Falsches Futter (1997); Vliegende honden (vertaling Wil Hansen, 1997).