Bernard Heidsieck

Frankrijk

(Parijs, 1928) behoort tot de grondleggers van de ‘klankpoëzie’ en de ‘actiepoëzie’, twee richtingen die later zouden opgaan in de Engelse term ‘Performance Poetry’.

Met uitzondering van zijn conventionele debuut Sitôt dit (Zo gezegd, 1955), heeft Heidsieck al zijn teksten geconcipieerd met het oog op hardop lezen. In een eerste fase, vanaf 1955-1956, begint hij een reeks ‘partituurgedichten’; enerzijds zijn dit gedichten, omdat het woord nog altijd centraal staat. Anderzijds zijn het partituren aangezien de teksten aanduidingen bevatten qua ritme, accenten, stiltes, tempo. In een tweede fase, vanaf 1959, maakt hij daarbij gebruik van een bandopnemer als complementair middel, dat wil zeggen: van vooraf opgenomen stemmen en/of geluiden. Omdat dit soort poëzie zijn uiteindelijke bestemming vindt in de confrontatie van de dichter met het publiek, volgde logischerwijs de derde fase: ‘Vanaf het moment dat je je voorneemt het gedicht voor een publiek te brengen, weet je dat je van die tekst een beeld zult geven – het beeld van jezelf terwijl je het gedicht leest. Er zijn onnoemelijk veel mogelijkheden om te lezen: staand, zittend, geknield, lopend, terwijl je een of andere handeling verricht. Al naargelang de tekst zal ook het voorlezen anders zijn.’ Vanuit deze gedachte realiseerde Bernard Heidsieck vier langlopende projecten: Poèmes-partitions (1955-1966), Biopsies (Biopsieën, 1966-1969), Passe-partout (1969-1980) en Derviche/Le Robert (Derwisj/Van Dale, 1978-1986).

Sinds 1989 werkt Heidsieck aan Respirations et brèves rencontres (Ademhalingen en korte ontmoetingen). Via een geluidsband hoort men een montage van de reële ademhaling van een of andere dichter, soms gemixt met andere geluiden, zoals vogels, schoten of stappen; daarover spreekt Heidsieck de dichter in kwestie in de tweede persoon aan. Zo komt het tot een ingebeelde ‘korte ontmoeting’ tussen de lijfelijk aanwezige Heidsieck en een dichter die op een spookachtige manier via de luidsprekers aanwezig is.

Jan H. Mysjkin

Publicaties (o.a.): Sitôt dit. Seghers (1955); B2B3 (1964); Portrait-Pétales (1973); D2 + D3Z, Poèmes-Partitions (1973); Partion V (1973); Encoconnage (1975); Foules (1975); Dis-moi ton utopie (1975); Poésie action/ Poésie sonore 1955-1975 (1976); Poème-Partition D4P (1984); Derviche/Le Robert (1988); Poème-partition sur la lettre ‘E,’ et la lettre ‘O’ (geluidscassette, 1988); Poème-Partition ‘A’ (geluidscassette, 1992); Poème-Partition ‘R’. (1994); Poème-Partition N (1995).