Svetlana Kekova

Rusland

dicht vanaf het begin van de jaren tachtig en publiceert vanaf het begin van de jaren negentig. Anders dan de meeste dichters en schrijvers die zich in het post-perestrojkatijdperk in Rusland een naam hebben verworven, is zij niet afkomstig uit Moskou of Sint Petersburg, maar uit de ‘provincie’, de stad Saratov aan de Wolga. Daar heeft ze, aan de Faculteit der Letteren van de Universiteit van Saratov, Latijn gestudeerd. Naast een aantal publicaties in tijdschriften heeft Kekova tot op heden drie bundels gepubliceerd, Gedichten over ruimte en tijd (1995), Zandloper (1995) en Aan beide zijden van de naam: een poëem (1996), Daarin laat ze zien dat ze zich kan meten met de beste dichteressen van haar tijd, onder wie Jelena Sjvarts en Olga Sedakova.

Met enig recht zou men Svetlana Kekova een existentialistisch dichter kunnen noemen; woorden als eenzaamheid en dood komen in haar gedichten frequent voor. Toch is haar thematiek veel breder dan een persoonlijk zoeken naar de zin van het leven. In één en hetzelfde gedicht brengt ze verschillende tijden en plaatsen bijeen. Vaak verbindt ze het heden met de tijd van het Oude Testament; vaak gaat ze, via een reeks geografische benamingen, de hele wereld over en belandt zelfs in de kosmos. Deze verbinding van persoonlijke problematiek en een breed en heterogeen ruimte- en tijdskader doet sterk aan Joseph Brodsky denken. Wat Kekova eveneens met Brodsky gemeen heeft is een uitstekende beheersing van de verstechniek: ritme en rijm geven een bijzondere kleuring aan haar gedichten en maken die meeslepend, ook waar ingewikkelde beeldspraak de betekenis soms versluiert. Haar beelden zijn over het algemeen heel visueel, zodat haar gedichten, ook in een niet-metrische en niet-berijmde vertaling, direct kunnen aanspreken.

Willem Weststeijn

Publicaties (o.a.): Stichi o prostranstwje i wremeni (1995); Pesočnye časy (1995); Po obje storony imeni: Poema (1996).