Boris A. Novak

Slovenië

(Belgrado, 1953) Het poëtische werk van de Sloveense dichter en dramaturg Boris A. Novak vult vandaag bijna tien bundels, waaronder het debuut Stihožitje (Nature morte van verzen, 1977), Kronanje (De Kroning, 1984), en Mojster Nespečnosti (Meester der slapeloosheid, 1995). Novaks werk wordt in de eerste plaats gekenmerkt door zijn grote authenticiteit. Daarmee is bedoeld dat er een nauwe verbondenheid bestaat tussen de man en zijn oeuvre. De gedichten van Novak getuigen van zijn theoretische kennis over de poëzie, die de universitaire docent vergelijkende literatuurwetenschappen en auteur van een academisch proefschrift over vergelijkende versleer verworven heeft, terwijl de ambachtelijke ervaring van de dichter Novak zijn wetenschappelijk werk een extra dimensie geeft. Uit de teksten van Novak blijkt daarnaast een grote ethische bewogenheid, die eveneens empirisch gecompleteerd wordt door de inzet van de dichter voor de Sloveense civil society in de jaren voor de onafhankelijkheid, in het Peace Committee of International PEN en in de hulpverlening aan schrijvers in het belegerde Sarajevo tijdens de jongste Bosnische oorlog.

Novak keerde zich in zijn vroegste bundels af van de zichzelf herhalende experimentele avant-garde van de jaren zeventig en herstelde de oude band tussen klank en betekenis van de woorden – zodoende betekenis en inhoud rehabiliterend. Zijn verlangen naar formele perfectie bracht hem tot het beoefenen van traditionele poëtische genres als het sonnet en zelfs de sonnettenkrans (in De kroning). Voor Novak ‘onthult de formele perfectie van het gedicht de bloedige, tragische en schokkende onvolkomenheid van de wereld’. De slapeloze dichter (De meester van de slapeloosheid) ‘aanschouwt met wijd open ogen de schoonheid van de daad en de terreur van de vernieling’. Daarbij is de kindertijd het enige echte tehuis van de kunstenaar.

De poëzie van Novak werd vertaald in het Engels, het Frans en het Kroatisch.

Raymond Detrez

Publicaties (o.a.): Stihožitje (1977); Hči spomina (1981); 1001 stih (1983); Kronanje (1984); Vrtnar tišine/Gardener of Silence (1990); Stihija (1991); Mojster Nespečnosti(1995).