Tonnus Oosterhoff

Nederland

(Leiden, 1953) heeft als reactie op een essay over zijn poëzie door de dichter Rutger Kopland onder de titel ‘Zo is het!’ een schitterende en verhelderende beschouwing gegeven over zijn manier van werken (opgenomen in Koplands bundel Mooi, maar dat is het woord niet, Van Oorschot 1998). Naast melden dat Tonnus Oosterhoff momenteel geldt als een van de meestgeprezen, meestbekroonde en interessantste Nederlandse dichters, is het wellicht goed om ter introductie van zijn werk een paar fragmenten uit dit stuk aan te halen.

Oosterhoff begint met de beschrijving van het vreugdevolle gevoel dat hij krijgt als hij iets leest of hoort dat hem doet denken: zo is het! Zo is het nou precies!, zelfs als de mededeling evident onwaar is. Zulke taaluitingen kunnen overal opduiken, niet alleen in de literatuur, maar ook in zijn eigen hoofd, in huis aan-huis-bladen of in half gehoorde gesprekken. Als voorbeeld geeft hij de Tsjechov-zin: ‘Honden met roodbruin haar hebben een tenorstem.’ Een dergelijke ‘zo is het’-uiting noemt hij een uitspraak. Als dichter zegt hij vervolgens steeds weer te proberen ‘stelsels van uitspraken te maken, te vinden eigenlijk.’ Dat gaat zo:

‘Ik volg het ‘zo is het’-gevoel als een rattenvanger van Hamelen. Naar een grot buiten de stad, naar de essentie van het gedicht. Soms word ik naar een betrekkelijk samenhangend verhaal vol platonische ironische filosofie gelokt (…). Een andere keer kom ik terecht in een driedubbele Alzheimer (…). Weer een andere keer brengt het ‘zo is het’-gevoel het gedicht naar een opgewekt ritme en een kleurige strandscène: Tropical Beach.’

‘Mij kan het eigenlijk niet schelen waaróver het gedicht gaat;’ gaat hij verder, ‘niet hoe lang het wordt; niet hoe breed het wordt. Het ritme mag vloeien, maar ook bokken en steigeren. Het gedicht kan iets heel complex worden, vol ge-verwijs, met dood-en-leven omvattende implicaties, maar het mag ook als een schetsje ogen en een schetsje zijn. Ik loop eenvoudig achter mijn ‘zo is het’-rattenvanger aan en stop als hij me ergens gebracht heeft waar het niet meer beter kan. Af.’

Dat critici de naar vorm en opzet zeer uiteenlopende resultaten van Oosterhoffs manier van werken keer op keer ‘eigenzinnig’ noemen, zal niet verbazen. ‘Volstrekt authentiek’ is hij ook, ‘hoogst origineel’, ‘compromisloos’, ‘veelvormig’, ‘veelkleurig’, ‘geestig’ en ‘absurdistisch’.

‘Springlevend,’ zo noemde Vrij Nederland de gedichten in zijn laatste bundel.

En zo is het!

Zo is het nou precies!

Erik Menkveld

Publicaties (o.a.): Boerentijger (1990); De ingeland (1993); Het dikke hart (roman, 1994); Kan niet vernietigd worden (verhalen, 1996); (Robuuste tongwerken,) een stralend plenum (1997).