21.30 uur

grote zaal

Klankrijke kelen

Paul Dutton, Valeri Scherstjanoi, Bernard Heidsieck en Amanda Stewart met Machine for Making Sense

Presentatie: Han Buhrs

De Kamervragen die in Nederland ooit naar aanleiding van Jan Hanlo’s ‘Oote oote oote/boe’ werden gesteld, hebben merkwaardigerwijs niet geleid tot een nationale bloei van de klankpoëzie. Zonder het pionierswerk en de zendingsdrift van de inmiddels wereldberoemde Jaap Blonk had het er voor het klankgedicht in Nederland somber uit gezien. Blonk, de klankrijkste keel van Nederland, stelde voor Poetry een programma samen met buitenlandse zielsverwanten:

Paul Dutton (Canada)

'taal die bibbert en breekt'

Bernard Heidsieck (Frankrijk)

'Hoe? Je...? Wat zeg je? Het zijn je Duivels!'

Amanda Stewart
(Australië)

‘stmikmim iksta ikstm stik stik ikiksta’

Amanda Stewart treedt op samen met twee leden uit haar band Machine for Making Sense: Stevie Wishart en Jim Denley. Wishart is leider van het ensemble voor middeleeuwse muziek ‘Sinfonye’, waarmee zij inmiddels zes cd's maakte. In haar hedendaagse muziek maakt zij inventief gebruik van live-electronica in combinatie met haar instrumenten viool en draailier en de stem. Denley bespeelt een groot aantal blaasinstrumenten en integreert daarin op fascinerende wijze allerlei stemklanken.

Een gedistingeerd uitziende man beweegt zich op handen en voeten langs een rij op het podium liggende vellen papier. Amsterdam, De Melkweg, 1981. Het is Bernard Heidsieck, die met een geweldige fysieke inzet de meedogenloze hartslag van zijn ‘Poème Partition A’ gestalte geeft, zoals hij dat even later zal doen met met de onstuitbare expansie van ‘Autour de Vaduz’.

De ‘Sound Poetry Night’ van het festival One World Poetry was mijn eerste kennismaking met klankpoëzie die door de auteurs zelf op het podium ten gehore werd gebracht. Tot dan toe kende ik alleen teksten en enkele opnames. Maar het is de combinatie van tekst, klank én lijfelijke aanwezigheid die het werk van de klankdichter compleet maakt. Vandaar dat ik sinds die avond in 1981 weet: op elk poëziefestival hoort klankpoëzie.

Op de ‘Sound Poetry Night’ van Poetry International 1998 treden vier belangrijke representanten van deze discipline aan. Zij hebben alle gemeen, dat ze het hele veld van grammaticaal 'normale' taal, taal in staat van afbraak of opbouw, fantasietaal en pure klank bestrijken.

De Rus Valeri Scherstjanoi is sterk geïnspireerd door de avantgarde van de beginjaren van de Sovjet-Unie. Hij mengt teksten in het Russisch en Duits met abstracte klanken die hij virtuoos uit alle hoeken van de mondholte te voorschijn tovert.

Er zijn critici die zich inspannen om een grens te trekken tussen klankpoëzie en stem-improvisatie. Zo die grens al bestaat, kun je er in ieder geval makkelijk overheen springen. En terug. Voor de Australische Amanda Stewart en de Canadees Paul Dutton is improvisatie een vitaal onderdeel van hun werk: een manier om dezelfde tekst bij iedere uitvoering nieuw leven in te blazen, en een vorm om bij ieder optreden nieuwe poëzie te creëren.

Bernard Heidsieck tenslotte is een van de pioniers van de 'poésie sonore', die vanaf de jaren vijftig gebruik maakten van de combinatie van live stem en band om een zeer persoonlijk oeuvre op te bouwen.

Ik geloof dat deze ‘Sound Poetry Night’ de klankpoëzie zal helpen in haar eeuwige strijd tegen het imago van 'marginaal gebiedje' en zal laten zien wat een wijd land er ligt tussen poëzie en muziek, een wereld vol verrassende ontdekkingen en nieuwe mogelijkheden.

Jaap Blonk